Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 2,00 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 1,07 (6% inclusief btw)
Dit product moet worden goedgekeurd door de apotheker.
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Maximum toegelaten hoeveelheid in winkelwagen bereikt
Men zal steeds trachten de minimale onderhoudsdosering aan te wenden ten einde de ongewenste effecten te beperken en, indien ze toch optreden, het verdwijnen ervan na vermindering van de dosering of na stopzetting van de behandeling te bespoedigen. De nevenwerkingen zijn meestal dosisafhankelijk.
Monitoring: Vooraleer een behandeling met oraal amiodaron wordt ingesteld, is het aanbevolen een ecg uit te voeren en het serumkalium te meten. Tijdens de behandeling is het aanbevolen de transaminasen en het ecg op te volgen. Aangezien amiodaron bovendien een hypothyroïdie of een hyperthyroïdie kan veroorzaken, is het in het bijzonder bij patiënten met persoonlijke antecedenten van schildklierstoornissen aanbevolen een klinische en biologische controle (ultragevoelige TSH) uit te voeren, vooraleer amiodaron wordt gestart. Deze controle moet uitgevoerd worden tijdens de behandeling en gedurende meerdere maanden na stopzetting. Een meting van het ultragevoelige TSH (uTSH) is verplicht als er een schildklierstoornis wordt vermoed en kan leiden tot een onderzoek van de schildklierfunctie. In het bijzonder in het kader van de chronische toediening van antiaritmica, werden gevallen van toename van de ventriculaire defibrillatiedrempel en/of van de stimulatiedrempel van pacemakers of implanteerbare cardioversiedefibrillatoren waargenomen, wat hun werkzaamheid zou kunnen beïnvloeden. Het is dus aanbevolen de werking van deze medische hulpmiddelen herhaaldelijk te controleren, voor en tijdens de behandeling met amiodaron. Op cardiologisch vlak: Bij patiënten die met amiodaron behandeld worden, kunnen specifieke veranderingen van het elektrocardiogram worden waargenomen. Het betreft een verlenging van het QT-interval en een bijzondere morfologie van de T-top die gehaakt is en soms geassocieerd is met een hoge en brede U�golf. Deze veranderingen van het elektrocardiogram die de interpretatie van de tracés zouden kunnen bemoeilijken, zijn geen tekenen van een intoxicatie door amiodaron maar duiden enkel op de impregnatie van het myocard met amiodaron. Een zeer uitgesproken verlenging van het QT-interval kan nochtans duiden op een te hoge dosering die dient verminderd te worden, of op een eventuele geassocieerde hypokaliëmie die met een serum�ionogram dient opgespoord te worden, en kan ook de voorbode zijn van ernstige bradycardie, van geleidingsstoornissen met idioventriculair ritme of zelfs van atypische ventriculaire tachycardie (torsades de pointes), vooral bij bejaarden en/of bij patiënten die tevens met andere antiaritmica behandeld worden. In dit geval dient de behandeling onderbroken te worden. Het optreden van nieuwe aritmieën of de verergering van behandelde aritmieën, met soms fatale afloop, werd gerapporteerd. Het is belangrijk maar moeilijk een onderscheid te maken tussen een onvoldoende efficiëntie van het product en een proaritmisch effect dat al dan niet gepaard gaat met een deterioratie van de hartfunctie. De proaritmische effecten worden uitzonderlijker gerapporteerd met amiodaron dan met de andere antiaritmica en treden meestal op in samenhang met QT- verlengende factoren zoals bij bepaalde geneesmiddelencombinaties en/of elektrolytenstoornissen (zie rubrieken 4.5 en 4.8). Ondanks QT-intervalverlenging vertoont amiodaron een lage torsadogene activiteit. In zeer zeldzame gevallen kan een matige of manifeste vooraf bestaande hartinsufficiëntie verergeren; in deze gevallen volstaat het de behandeling met cardiotonica en/of met diuretica aan te passen om de insufficiëntie te corrigeren (zie rubriek 4.5). De matige vertraging van de hartfrequentie, die de klinische uitdrukking is van één van de werkingsmechanismen van amiodaron, kan eventueel leiden tot een min of meer uitgesproken bradycardie, voornamelijk bij bejaarden of bij patiënten die behandeld worden met een digitalispreparaat. Daarom dient bij deze patiënten de evolutie van de hartfrequentie gecontroleerd te worden. Een daling van de hartfrequentie overdag beneden 45 à 50 slagen per minuut vereist de tijdelijke onderbreking van de behandeling tot de hartfrequentie terug tot ongeveer 60 slagen per minuut is toegenomen. Ook omwille van dit bradycardiserende effect van het product zal amiodaron noch worden toegediend samen met een bètablokker of met een bradycardiserende calciumantagonist, noch bij patiënten zonder pacemaker met een sinoatriale block of met atrioventriculaire geleidingsstoornissen. Bij patiënten met hartinsufficiëntie of patiënten die een infarct doormaakten met risico op ernstige aritmie of nog, bij patiënten met een gedilateerde ischemische cardiopathie bleek echter dat de associatie van amiodaron en een -blokker een gunstig synergetisch effect kon uitoefenen, wat uiteraard niet wegneemt dat men het hartritme strikt moet opvolgen. Amiodaron moet stopgezet worden in geval van het optreden van een atrioventriculair blok van de 2de of 3de graad, een sino-atriaal blok of een bifasciculair blok. Ernstige bradycardie en hartblok Er zijn levensbedreigende gevallen van ernstige bradycardie en hartblok waargenomen bij gebruik van regimes met sofosbuvir in combinatie met amiodaron. Bradycardie trad doorgaans op binnen een aantal uren of dagen, maar gevallen met een langere tijd tot aanvang ervan werden meestal waargenomen tot 2 weken na het starten van de HCV-behandeling. Amiodaron mag bij patiënten die regimes met sofosbuvir gebruiken, uitsluitend worden gebruikt wanneer andere antiaritmische behandelingen niet worden verdragen of gecontra-indiceerd zijn. Als gelijktijdig gebruik van amiodaron nodig wordt geacht, wordt aanbevolen om patiënten in het ziekenhuis op te nemen en hartmonitoring toe te passen gedurende de eerste 48 uur van gelijktijdige toediening. Daarna dient de hartslag dagelijks gedurende minstens de eerste 2 weken van de behandeling te worden opgevolgd in een poliklinische setting of door de patiënt zelf. Vanwege de lange halfwaardetijd van amiodaron dient hartmonitoring, zoals hierboven beschreven, ook plaats te vinden bij patiënten die in de afgelopen maanden zijn gestopt met amiodaron en die gaan beginnen met een behandeling met sofosbuvir. Alle patiënten met gebruik van amiodaron in combinatie met regimes met sofosbuvir dienen gewaarschuwd te worden voor de symptomen van bradycardie en hartblok en dienen het advies te krijgen dringend een arts te raadplegen als zij deze symptomen waarnemen. Op het vlak van de coagulatie: Elke patiënt die sinds meer dan 48 uur een auriculaire fibrillatie vertoont en die behandeld wordt met amiodaron, moet vooraf onder anticoagulantia geplaatst worden, behalve indien er een contra-indicatie bestaat voor deze laatste. Op endocrinologisch vlak (schildklierfunctie): Hyper- of hypothyroïdie kan optreden tijdens een behandeling met amiodaron of tot meerdere maanden na de stopzetting ervan. Daarom is het raadzaam op geregelde tijdstippen de schildklierfunctie te controleren en moet de monitoring tot meerdere maanden na stopzetting van de behandeling worden voortgezet (zie ook rubriek 4.8). Betreffende de biochemische testen: aangezien Amiodarone EG jodium bevat en zeer traag geëlimineerd wordt, zal de PBI-spiegel (Protein Bound Iodine) hoog blijven en de opname van jodium131 in de schildklier gering of nul zijn gedurende de ganse duur van de behandeling en meerdere maanden na stopzetting. Bijgevolg dienen specifieke functionele testen gebruikt te worden: dosering van T3 en van T4 met radioimmunologische methodes en in het bijzonder de dosering van het uTSH (ultra gevoelige TSH). Amiodaron inhibeert de perifere conversie van thyroxine (T4) in triiodothyronine (T3) en kan dus aanleiding geven tot geïsoleerde biochemische wijzigingen bij klinisch euthyroïde patiënten: stijging van vrij T4 in het serum met een lichtjes gedaalde of zelfs normale serumspiegel van vrij T3. Tevens bemerkt men een stijging van reverse T3. Er is geen enkele reden om amiodaron in dergelijke gevallen stop te zetten. De beste opsporingstesten zijn: - voor hyperthyroïdie: dosering van T3 (stijging) en van uTSH (daling) - voor hypothyroïdie: dosering van uTSH (stijging) Bij het klinische onderzoek dient men de symptomen van hyperthyroïdie, die vaak discreet zijn, systematisch op te sporen (gewichtsverlies, optreden aritmie, hartinsufficiëntie, optreden van angor). Elk vermoeden van hyperthyroidie moet aanzetten tot een dosering van uTSH en kan leiden tot een onderzoek van de schildklierfunctie. De daling van uTSH maakt het mogelijk de diagnose te bevestigen. In geval van hyperthyroïdie moet men de behandeling stopzetten. Hierdoor wordt meestal in enkele weken tijd de klinische genezing bekomen, maar deze genezing duurt wel enkele maanden: de klinische genezing gaat aan de normalisatie van de schildklierfunctietesten vooraf. De ernstige vormen, met klinisch beeld van thyrotoxicose, die soms fataal aflopen, moeten dringend behandeld worden; de behandeling moet aan elk geval aangepast worden: antithyroidpreparaten (waarvan het mogelijk kan zijn dat ze niet altijd doeltreffend werken), corticoïden, β-blokkers. Indien hyperthyroïdie optreedt tijdens een behandeling met amiodaron dient men erop bedacht te zijn dat het bradycardiserende effect van het product min of meer de tachycardie die men bij deze aandoening klassiek waarneemt, kan maskeren. Er kan ook hypothyroïdie optreden. Men moet systematisch aan deze diagnose denken bij alarmtekens die vaak discreet zijn: gewichtstoename, intolerantie voor koude, verminderde activiteit, overdreven bradycardie in vergelijking met het verwachte effect van amiodaron. Elk vermoeden van hypothyroïdie moet aanzetten tot dosering van het uTSH. De uitgesproken stijging van het uTSH wijst op de diagnose. De stopzetting van de behandeling leidt binnen de 1 tot 3 maanden tot de terugkeer naar euthyroïdie. In geval van levensbedreigende situaties kan de behandeling met amiodaron voortgezet worden door ze te combineren met een suppletietherapie met L-thyroxine waarbij het uTSH wordt gebruikt als doseringsrichtlijn. De monitoring moet gedurende meerdere maanden na het stopzetten van de behandeling voortgezet worden. Op pulmonaal vlak: Het verschijnen van een inspanningsdyspnoe en/of een vaak droge hoest, al dan niet geassocieerd met een aantasting van de algemene toestand (vermoeidheid, vermagering, lichte koorts), kan te wijten zijn aan een pulmonale toxiciteit zoals interstitiële pneumopathie, en vereist een radiologische controle (een pulmonale angiografie wordt formeel afgeraden) (zie ook rubriek 4.8.). Als amiodaron dadelijk wordt stopgezet, regresseren de pulmonale aandoeningen gewoonlijk. Eventueel kan een geassocieerde corticotherapie worden voorgesteld. De klinische tekenen verdwijnen gewoonlijk na drie tot vier weken, maar de verbetering van het röntgenbeeld en de longfunctie nemen meer tijd in beslag (meerdere maanden). Er werden zeer zeldzame gevallen van interstitiële pneumopathie gerapporteerd bij de intraveneuze toediening van amiodaron. Als deze diagnose wordt vermoed, moet er een radiografie van de thorax uitgevoerd worden. De behandeling met amiodaron moet opnieuw geëvalueerd worden aangezien de interstitiële pneumopathie meestal reversibel is bij een vroegtijdige stopzetting van amiodaron, en er moet een corticotherapie overwogen worden. Er werden zeer zeldzame gevallen van ernstige respiratoire complicaties (adult acute respiratory distress syndrome) met soms fatale evolutie waargenomen, meestal onmiddellijk na een chirurgische interventie; er werd een interactie met een hoge zuurstofconcentratie gesuggereerd (zie ook rubrieken 4.5 en 4.8). Op hepatisch vlak: Een nauwgelette controle van de leverfunctie (transaminasen) is aanbevolen bij aanvang van een behandeling met amiodaron en tijdens een behandeling met amiodaron. Acute leverstoornissen (met inbegrip van ernstige hepatocellulaire insufficiëntie of leverinsufficiëntie met soms fatale afloop) en chronische leverstoornissen kunnen optreden (zie ook rubriek 4.8). Daarom moet de dosis van amiodaron worden verminderd of de behandeling worden stopgezet als de transaminasen meer dan driemaal de normale waarde overschrijden. De klinische en biologische tekens van chronische leverstoornissen te wijten aan oraal toegediend amiodaron kunnen miniem zijn (hepatomegalie, stijging van de transaminasen van 1,5 tot 5 maal de normale waarde) en reversibel na stopzetting van de behandeling, er werden echter fatale gevallen gerapporteerd. Op neuromusculair vlak: Amiodaron kan aanleiding geven tot sensorimotorische perifere neuropathieën en/of myopathieën. Het herstel treedt meestal op binnen enkele maanden na het stopzetten van de behandeling maar kan soms onvolledig zijn (zie rubriek 4.8). Op oftalmologisch vlak: Het is raadzaam regelmatig een oftalmologisch onderzoek uit te voeren indien de onderhoudsdosis hoog is. In geval van wazig of verminderd zicht moet er snel een oftalmologisch onderzoek met inbegrip van een oogfundusonderzoek uitgevoerd worden. Indien er optische neuropathie en/of optische neuritis optreedt, moet de toediening van amiodaron worden stopgezet omwille van een eventuele progressie naar blindheid (zie rubriek 4.8). Op dermatologisch vlak: Om fotosensibilisatie te vermijden zal men de patiënt aanraden zoveel mogelijk herhaalde of verlengde blootstelling aan het zonlicht te vermijden en beschermende maatregelen te nemen tijdens de behandeling. Ernstige bulleuze reacties en levensbedreigende of zelfs fatale huidreacties: stevens-johnsonsyndroom (SJS), toxische epidermale necrolyse (TEN) werden gerapporteerd (zie rubriek 4.8). Indien symptomen of tekens van SJS, TEN (vb. progressieve huidrash dikwijls met blaren of slijmvliesletsels) voorkomen, moet de behandeling met amiodaron onmiddellijk stopgezet worden. Primaire transplantaatdisfunctie (Primary Graft Dysfunction 'PGD') na harttransplantatie: Bij retrospectief onderzoek is het gebruik van amiodarone door de transplantatieontvanger, voorafgaand aan een harttransplantatie, in verband gebracht met een verhoogd risico op primaire transplantaatdisfunctie (PGD). PGD is een levensbedreigende complicatie van harttransplantaties die zich manifesteert als een linker-, rechter- of biventriculaire disfunctie binnen de eerste 24 uur na de transplantatie en waarvoor geen secundaire oorzaak kan worden geïdentificeerd (zie rubriek 4.8). Ernstige PGD kan irreversibel zijn. Voor patiënten die op de wachtlijst staan voor harttransplantatie, dient zo vroeg mogelijk vóór de transplantatie het gebruik van een ander antiaritmicum overwogen te worden. Anesthesie: In geval van een chirurgische ingreep moet men de anesthesist verwittigen dat de patiënt amiodaron krijgt (zie rubriek 4.5 en 4.8). Pediatrische patiënten: De veiligheid en doeltreffendheid van amiodaron werden niet bepaald bij pediatrische patiënten. Daarom is het gebruik bij pediatrische patiënten niet aangewezen. Hulpstoffen De tabletten bevatten lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose�intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
De werkzame stof in Amiodarone EG is:
De andere stoffen in Amiodarone EG zijn:
Farmacodynamische interacties: Geneesmiddelen die aanleiding geven tot torsades de pointes of QT-verlenging Geneesmiddelen die aanleiding geven tot torsades de pointes Geneesmiddelen die torsades de pointes kunnen veroorzaken (zie rubriek 4.3) zijn gecontra-indiceerd, met name: - antiaritmica, zoals klasse Ia antiaritmica, sotalol, bepridil - niet-antiaritmische geneesmiddelen, zoals vincamine, sommige neuroleptica, erythromycine IV, cisapride en pentamidine parenteraal toegediend; gezien een toename van het risico op potentieel letale torsades de pointes. Geneesmiddelen die aanleiding geven tot QT-verlenging De combinatie van amiodaron met geneesmiddelen die het QT-interval kunnen verlengen moet gebaseerd zijn op een nauwkeurige evaluatie van de potentiele risico's en voordelen voor elke patiënt omdat het risico op torsades de pointes kan verhogen (zie rubriek 4.4). Patiënten dienen opgevolgd te worden voor QT-verlenging (ecg). Het gebruik van fluorochinolonen moet vermeden worden bij patiënten die amiodaron gebruiken. Geneesmiddelen die het hartritme verlagen of hartautomatisme- of geleidingsstoornissen veroorzaken Af te raden combinaties: Bètablokkers en bradycardiserende calciumantagonisten (verapamil, diltiazem) gezien mogelijke stoornissen van de automaticiteit (te sterke bradycardie) en van de cardiale geleiding. Hoewel de associatie met -blokkers ook een risico biedt op een overdreven bradycardie en om deze reden in principe af te raden is, werd aangetoond dat ze in sommige klinische situaties gunstig kan zijn (zie rubriek 4.4). Geneesmiddelen die hypokaliëmie kunnen veroorzaken Af te raden combinaties: Stimulerende laxantia gezien de kans op hypokaliëmie met toename van het risico op torsades de pointes; een ander type laxans gebruiken. Combinaties waarbij voorzorgsmaatregelen moeten worden genomen: - Kaliumverlagende diuretica alleen of in combinatie. - Systemisch gebruik van corticoïden (glucocorticoïden, mineralocorticoïden), tetracosactide. - Amfotericine B (IV-toediening). Men moet hypokaliëmie voorkomen (en zo nodig corrigeren), het QT-interval controleren en bij torsades de pointes mag men geen antiaritmica toedienen (een ventriculaire pacemaker plaatsen; eventueel magnesiumsulfaat intraveneus toedienen). Algemene anesthesie, zuurstoftherapie: Potentieel ernstige complicaties werden gerapporteerd in geval van associatie van amiodaron en algemene anesthetica: bradycardie die resistent is tegen atropine, hypotensie, geleidingsstoornissen, daling van het hartdebiet. Zeer zeldzame gevallen van ernstige en soms fatale respiratoire complicaties werden waargenomen, meestal onmiddellijk na een chirurgische ingreep ("adult acute respiratory distress syndrome"); een mogelijke potentiëring van het toxische effect van zuurstof werd geopperd (zie ook rubriek 4.5). Effect van amiodaron op andere geneesmiddelen Amiodaron en/of zijn metaboliet, desethylamiodaron, inhiberen CYP3A4, CYP2C9, CYP2D6 en P-glycoproteïnen en kunnen de blootstelling aan hun respectievelijke substraten verhogen. Omwille van het lange halfleven van amiodaron kunnen interacties waargenomen worden gedurende verschillende maanden na stopzetting van amiodaron. P-gp-substraten Amiodaron is een P-gp-inhibitor. Bij combinatie met P-gp substraten wordt een verhoogde blootstelling verwacht aan de substraten. Digitalispreparaten: Stoornissen van de automaticiteit (te sterke bradycardie) en van de atrioventriculaire geleiding (synergetische werking) zijn mogelijk met, bij gebruik van digoxine, mogelijke stijging van de serumdigoxinespiegel door vermindering van de klaring van digoxine. Klinische monitoring, monitoring van het ecg en de biologische parameters (bloedspiegel van digoxine) is nodig; eventueel moet de dosis van het digitalispreparaat worden aangepast. Dabigatran: Combinatie van amiodaron met dabigatran moet met de nodige voorzichtigheid gebeuren gezien het risico op bloedingen. Het kan nodig zijn de dosis dabigatran aan te passen volgens zijn voorschrift. CYP2C9-substraten Amiodaron verhoogt de concentraties van CYP2C9-substraten zoals warfarine of fenytoïne door inhibitie van het cytochroom P450 2C9. Orale anticoagulantia: De combinatie van warfarine en amiodaron kan het effect van het orale anticoagulans verhogen en zo het bloedingsrisico verhogen. Het is noodzakelijk de protrombine-INR-gehalten frequenter te controleren en de dosering van de orale anticoagulantia aan te passen tijdens de behandeling met amiodaron en na de stopzetting ervan. Fenytoïne: Risico op stijging van de plasmaspiegel van fenytoïne met tekenen van overdosering (vooral neurologische manifestaties); daarom moet de patiënt klinisch worden gevolgd en moet de dosis fenytoïne worden verlaagd zodra er tekenen van overdosering optreden; de plasmaspiegels van fenytoïne moeten gecontroleerd worden. CYP2D6-substraten Flecaïnide: Stijging van de plasmaspiegels van flecaïnide door inhibitie van CYP2D6: een dosisaanpassing van flecaïnide is nodig. CYPP450 3A4-substraten Als dergelijke geneesmiddelen worden toegediend samen met amiodaron, dat een CYP3A4-inhibitor is, kan een stijging van hun plasmaspiegels optreden, die kan leiden tot een eventuele toename van hun toxiciteit. Ciclosporine: Risico op stijging van de plasmaspiegel van ciclosporine door een vermindering van de klaring van ciclosporine: de dosis moet worden aangepast. Fentanyl: Mogelijkheid van een toename van de farmacologische effecten van fentanyl met een verhoogd risico op toxiciteit. Statines: Het risico op spiertoxiciteit (vb. rabdomyolyse) is verhoogd wanneer amiodaron wordt toegediend samen met statines die gemetaboliseerd worden door CYP3A4 zoals simvastatine, atorvastatine en lovastatine. Wanneer amiodaron samen met een statine wordt gegeven is het aangeraden een statine te gebruiken die niet door CYP3A4 wordt gemetaboliseerd. Andere geneesmiddelen die gemetaboliseerd worden door CYP3A4: Lidocaïne, sirolimus, tacrolimus, sildenafil, midazolam, triazolam, dihydro-ergotamine, ergotamine, colchicine. Effect van andere middelen op amiodaron CYP3A4-inhibitoren en CYP2C8-inhibitoren kunnen het amiodaronmetabolisme inhiberen en aldus de blootstelling aan amiodaron verhogen. Het wordt aanbevolen CYP3A4-inhibitoren (vb. pompelmoessap en bepaalde geneesmiddelen) te vermijden tijdens een behandeling met amiodaron. Andere geneesmiddeleninteracties met amiodarone Gelijktijdige toediening van amiodaron met een regime dat sofosbuvir bevat, kan resulteren in ernstige symptomatische bradycardie. Alleen gebruiken als geen alternatief beschikbaar is. Als dit geneesmiddel samen met sofosbuvir wordt toegediend, wordt nauwlettende controle aanbevolen (zie rubriek 4.4).
4. Mogelijke bijwerkingen Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken. Om bijwerkingen te vermijden of tot een minimum te beperken en om ze sneller te doen verdwijnen, moet de minimale actieve onderhoudsdosis, die uw arts bepaalt, nauwgezet in acht worden genomen. De bijwerkingen werden als volgt geklasseerd: zeer vaak (1/10); vaak (1/100, <1/10); soms (1/1.000, <1/100); zelden (1/10.000, <1/1.000); zeer zelden (<1/10.000); niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald). Amiodarone EG kan volgende bijwerkingen veroorzaken: Oogaandoeningen: Zeer vaak: - Met de gebruikelijke onderhoudsdoses (1 tot 2 tabletten per dag) komen minuscule afzettingen op het hoornvlies (cornea) zeer vaak voor (vlekjes in het hoornvlies van het oog), maar ze zijn onschuldig. Deze cornea-afzettingen verdwijnen als de behandeling wordt stopgezet. - Bij een hoge onderhoudsdosis (continue toediening van 3 tabletten of meer per dag) kunnen deze afzettingen op het hoornvlies gezichtsstoornissen veroorzaken onder de vorm van gekleurde kringen rond lichtpunten of nog van een wazig of verminderd zicht. Zeer zelden: - Optische neuropathie en/of -neuritis (aandoening of letsel van de optische zenuw). Dit kan evolueren naar blindheid (zie ook rubriek 'Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met Amiodarone EG?'). In geval van wazig en/of verminderd zicht, is het aanbevolen snel uw arts te raadplegen. Huid- en onderhuidaandoeningen: Zeer vaak: - Een huidreactie (roodheid, jeuk) na blootstelling aan zonlicht. Vaak: - Jeukende, rode uitslag (eczeem) - Een lila-achtige of leigrijze verkleuring van de huid bij langdurige behandelingen met hoge dagdoses. Deze verkleuring verdwijnt langzaam bij stopzetting van de behandeling. Zeer zelden: - Gevallen van huiduitslag, haarverlies, roodheid van de huid na radiotherapie of roodheid van de huid in associatie met desquamatie (het loslaten van de oppervlakkige huidlagen onder de vorm van schilfers). Niet bekend: - Netelroos (urticaria) - levensbedreigende huidreacties waarbij uitslag, blaren, vervelling en pijn optreden (toxische epidermale necrolyse (TEN), syndroom van Stevens-Johnson (SJS), dermatitis bullosa, Drug reaction with eosinophilia and systemic symptoms (DRESS)). Endocriene aandoeningen: Vaak: - Verhoogde werking van de schildklier (hyperthyreoïdie). Zie ook rubriek 'Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met Amiodarone EG?'. Zeer zelden: - Gevoel van onwelbevinden, verwardheid of zwakte, misselijkheid, verlies van eetlust, prikkelbaarheid. Dit kan wijzen op een ziekte genaamd 'syndroom van inadequate secretie van antidiuretisch hormoon' (SIADH). Ademhalingsstelsel-, borstkas- en mediastinumaandoeningen: Vaak: - Gevallen van longletsels. De symptomen zijn kortademigheid bij inspanning, een vaak droge hoest, al dan niet gepaard gaande met een verstoring van uw algemene toestand (vermagering, lichte koorts en vermoeidheid). Raadpleeg uw arts indien deze symptomen optreden. De stoornissen verdwijnen meestal na vroegtijdige stopzetting van de behandeling. Zie ook rubriek 'Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met Amiodarone EG?'. Zeer zelden: - Acute ademhalingsverwikkelingen, meestal onmiddellijk na een heelkundige ingreep. - Enkele gevallen van spasmen van de bronchiën (benauwdheid door kramp van de spieren van de luchtwegen) werden gemeld bij patiënten met ernstige ademhalingsproblemen en meer bepaald bij astmatische patiënten. Niet bekend: - Longbloedingen (pulmonale hemorragie). Lever- en galaandoeningen: Zeer vaak: - Leverfunctiestoornissen die meestal matig en van voorbijgaande aard zijn en die zich uiten door een geïsoleerde stijging van sommige leverenzymen in het bloed. Regelmatige controle is vereist (bloedonderzoeken). Vaak: - Ernstige gevallen van leveraantasting die de stopzetting van de behandeling vereisen. Zeer zelden: - Chronisch leverlijden dat fataal kan zijn (pseudo-alcohol hepatitis, cirrose). Maagdarmstelselaandoeningen: Zeer vaak: - Spijsverteringsstoornissen zoals misselijkheid, braken, smaakstoornissen. Deze nevenwerkingen zijn verbonden met de dosis die werd ingenomen in het begin van de behandeling en verdwijnen spontaan na verlaging van de dosis. Vaak: - Verstopping (constipatie) Soms: - Droge mond Niet bekend: - Plotselinge ontsteking van de alvleesklier ((acute) pancreatitis) Zenuwstelselaandoeningen: Vaak: - Slaapstoornissen, nachtmerries of bevingen. Soms: - Een aantasting van de perifere zenuwen, met name deze van de onderste ledematen, met motorische en gevoelsstoornissen (bewegingsstoornissen, spierzwakte, verminderde gevoeligheid) of een spieraantasting, kan soms voorkomen. Deze stoornissen verdwijnen geleidelijk na stopzetting van de behandeling, maar het herstel kan soms onvolledig zijn. Zeer zelden: - Gevallen van coördinatiestoornissen. - Gevallen van verhoogde intracraniële druk (in de schedel). - Hoofdpijn. Niet bekend: - Ongebruikelijke spierbewegingen, stijfheid, trillen en rusteloosheid (parkinsonisme); afwijkend reukvermogen (parosmie) Psychische stoornissen: Vaak: - Minder zin in seks hebben. Niet bekend: - Verwardheid (delirium) - Dingen zien, horen of voelen die er niet zijn (hallucinaties). Hartaandoeningen: Vaak: - Bradycardie (een te langzame hartslag); deze is meestal matig en hangt af van de in te nemen dosis. Soms: - Optreden van nieuwe hartritmestoornissen of verergering van de bestaande ritmestoornis, soms gevolgd door een hartstilstand. - Geleidingsstoornis in het hart. Zeer zelden: - Overdreven vertraging van het hartritme. - Als het hart minder goed werkt, kan Amiodarone EG zeer uitzonderlijk hartinsufficiëntie verergeren. Niet bekend: - 'Torsades de pointes' (ernstige hartritmestoornis). Bloed- en lymfestelselaandoeningen: Zeer zelden: - Anemie (bloedarmoede). - Trombocytopenie (sterke daling van het aantal bloedplaatjes in het bloed). Niet bekend: - U kunt meer infecties krijgen dan normaal. Dit kan worden veroorzaakt door een afname van het aantal witte bloedcellen (neutropenie). - Ernstige afname van het aantal witte bloedcellen waardoor infecties waarschijnlijker worden (agranulocytose). Bloedvataandoeningen: Zeer zelden: - Ontsteking van de bloedvaten (vasculitis). Immuunsysteemaandoeningen: Niet bekend: - Zwelling van het gezicht, de lippen, de mond, de tong of keel (angioneurotisch oedeem). - Ernstige allergische reactie (anafylactische reactie, anafylactische shock). Voortplantingsstelsel- en borstaandoeningen: Zeer zelden: - Diverse stoornissen zoals een ontsteking met gelokaliseerde pijn ter hoogte van de testikels (epididymitis) of impotentie. Niet bekend: - Verminderd libido. Onderzoeken: Zeer zelden: - Een stijging van het creatinine in het bloed. Voedings- en stofwisselingsstoornissen: Niet bekend: - Verminderde eetlust. Skeletspierstelsel- en bindweefselaandoeningen: Niet bekend: - Lupusachtig syndroom (een reumatische aandoening). Algemene aandoeningen en toedieningsplaatsstoornissen: Niet bekend: - Granuloom (vorm van ontsteking) waaronder beenmerggranuloom. Letsels, intoxicaties en verrichtingscomplicaties: Niet bekend: - Levensbedreigende complicatie na harttransplantatie (primaire transplantatiedisfunctie) waarbij het getransplanteerde hart niet meer goed werkt (zie rubriek 2 "Wanneer moet u extra voorzichtig zijn met Amiodarone EG?").
U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.
U bent allergisch voor jodium.
U heeft een schildklierstoornis.
U lijdt aan een traag hartritme, of aan ernstige stoornissen van de hartgeleiding (stoornissen van de prikkelgeleiding in het hart), behalve als u een pacemaker heeft.
U bent zwanger of denkt het te zijn, behalve in geval van absolute noodzaak (zie rubriek 'Zwangerschap en borstvoeding').
U geeft uw kind borstvoeding (zie rubriek 'Zwangerschap en borstvoeding').
U gebruikt al één van de volgende geneesmiddelen:
andere geneesmiddelen die hartritmestoornissen tegengaan, zoals de klasse IA- antiaritmica, sotalol en bepridil
vincamine (geneesmiddel dat de bloedstroom naar de hersenen verhoogt)
sommige neuroleptica (geneesmiddelen tegen mentale ziekten)
het antibioticum erythromycine via intraveneuze toediening (in een ader)
cisapride (geneesmiddel gebruikt bij maagdarmstoornissen)
pentamidine (geneesmiddel tegen bepaalde parasieten) via parenterale toediening (via inspuiting)
Gebruik Amiodarone EG in deze gevallen niet omdat het risico op potentieel dodelijke torsades de pointes (een ernstige hartritmestoornis) toeneemt. Als u twijfelt, raadpleeg dan steeds uw arts.
Omwille van zijn effecten op de schildklier van de foetus, is amiodaron tegenaangewezen bij zwangere vrouwen, behalve als de voordelen opwegen tegen de risico's. De planning van een zwangerschap bij een vrouw die behandeld wordt met amiodaron is een gelegenheid om de noodzaak van het voortzetten van de behandeling te herzien. In geval van onderbreking moet de behandeling voldoende lang voor de conceptie worden stopgezet, omwille van de trage eliminatie van het product. Borstvoeding Amiodaron en desethylamiodaron worden in significante hoeveelheid uitgescheiden in de moedermelk. Bijgevolg mag amiodaron tijdens de borstvoeding niet worden toegediend.
Volwassenen
Toedieningswijze
| CNK | 0468702 |
|---|---|
| Organisaties | Eurogenerics (EG) Generics & Consumer |
| Merken | Eurogenerics (EG) |
| Breedte | 52 mm |
| Lengte | 113 mm |
| Diepte | 35 mm |
| Hoeveelheid verpakking | 60 |
| Actieve ingrediënten | amiodaron hydrochloride |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |