Inderal Comp 100x40mg

Op voorschrift
Geneesmiddel
Op voorraad
Ja

Onze Leveringsmethodes:

Afhalen in de apotheek

Dit is een geneesmiddel, geen langdurig gebruik zonder medisch advies, bewaren buiten bereik van kinderen, lees aandachtig de bijsluiter. Vraag raad aan uw arts of apotheker. In geval van bijverschijnselen, neem contact met uw huisarts.

Geneesmiddelen zijn geen gewone producten. Ze kunnen nooit teruggenomen of geruild worden. De wet verbiedt apothekers om ongebruikte geneesmiddelen terug te nemen. In het belang van uw veiligheid worden alle geneesmiddelen die u terugbrengt naar de apotheek gesorteerd bij de vervallen geneesmiddelen.

  • HYPERTENSIE ANGINA PECTORIS
  • Onderhoudsbehandeling, niet bij een acute crisis.
  • HARTARITMIE vooral supraventriculaire vormen.
  • HYPERTROFISCHE OBSTRUCTIEVE CARDIOMYOPATHIE TREMOR SIMPLEX wanneer de klassieke therapieën zonder resultaat blijven.
  • PALPITATIES bij angst.
  • ACUUT MYOCARD INFARCT Profylaxe op lange termijn na een acuut myocard infarct.
  • MIGRAINE Profylaxe bij patiënten met vier of meer aanvallen per maand.
  • BLOEDINGEN Primaire en secundaire preventie van bloedingen in het bovenste gedeelte van het gastro-intestinaal stelsel bij patiënten met portale hypertensie en matige tot ernstige varices ter hoogte van de oesophagus.
  • THYREOTOXICOSIS Hulpmiddel bij behandeling van thyreotoxicosis en thyreotoxische crisissen.
  • FEOCHROMOCYTOOM Hulpmiddel bij behandeling van feochromocytoom.

Welke stoffen zitten er in Inderal?  De werkzame stof in Inderal is propranolol hydrochloride. Dit is aanwezig onder de vorm van:

 10 mg propranolol hydrochloride in een Inderal 10 mg, filmomhulde tablet;  40 mg propranolol hydrochloride in een Inderal 40 mg, filmomhulde tablet.

 De andere stoffen in Inderal zijn:  Inderal 10 mg, filmomhulde tablet: lactose - gelatine - calciumcarmellose - magnesiumstearaat -

hypromellose – karmijn - glycerol - titaniumdioxide (E 171).

 Inderal 40 mg, filmomhulde tablet: lactose - gelatine - calciumcarmellose - magnesiumstearaat - hypromellose – karmijn - glycerol - titaniumdioxide (E 171).

  1. MOGELIJKE BIJWERKINGEN

Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken. De frequenties aan bijwerkingen worden als volgt gerangschikt: Vaak (komt voor bij 1 tot 10 patiënten op 100); Soms (komt voor bij 1 tot 10 patiënten op 1.000); Zelden (komt voor bij 1 tot 10 patiënten op 10.000); Zeer zelden (komt voor bij minder dan 1 patiënt op 10.000); Niet bekend (kan met de beschikbare gegevens niet worden bepaald).

Vaak  Trage hartslag, koude vingers en tenen  Gevoelloosheid en krampen in de vingers, gevolgd door warmtegevoel en pijn (fenomeen van Raynaud)  Slaapstoornissen, nachtmerries  Vermoeidheid en/of traagheid (dikwijls van voorbijgaande aard)

Soms  Gastrointestinale stoornissen zoals misselijkheid, braken en diarree

Zelden  Onvoldoende pompkracht van het hart (verslechtering van hartfalen), bloeddrukdaling door bijvoorbeeld snel opstaan uit een zittende of liggende houding soms gepaard gaande met duizeligheid (posturale hypotensie), stoornis in de geleiding van het hart, leidend tot ritmestoornissen (atrioventriculair blok), soms geassocieerd met syncope

 Perioden van mank lopen en pijn in de benen (exacerbatie van claudicatio intermittens)

 Duizeligheid, waanvoorstellingen, psychosen, stemmingswisselingen, verwarring  Versnelling van haaruitval (alopecia), psoriasiforme huidreacties, verergeren van psoriasis, huiduitslag, purpura  Bloedafwijking (tekort aan bloedplaatjes) gepaard gaande met blauwe plekken en bloedingsneiging (trombocytopenie)  Benauwdheid door kramp van de spieren van de luchtwegen (bronchospasmen) kan optreden bij astmapatiënten of bij patiënten met een voorgeschiedenis van astmatische klachten (soms met fatale afloop)

 Droge ogen, gezichtsstoornissen  Waarnemen van kriebelingen, jeuk of tintelingen zonder dat daar aanleiding voor is (paresthesieën)

Zeer zelden  Geïsoleerde gevallen van een bepaalde vorm van spierzwakte (myasthenia gravisachtig syndroom of verergering van myasthenia gravis) werden gerapporteerd.  Een toename van een bepaalde stof in het bloed (antinucleaire factor) werd waargenomen, hoewel de klinische betekenis nog niet duidelijk is.

Niet bekend  Hoofdpijn  Depressie  Te laag suikergehalte in het bloed (gepaard gaande met hongergevoel, zweten, duizeligheid, hartkloppingen) (hypoglycaemie) bij neonati, zuigelingen, kinderen, oudere patiënten, hemodialysepatiënten, patiënten die gelijktijdig een antidiabetische behandeling krijgen, patiënten die langdurig vasten en patiënten met chronische leverziekte

 Convulsies als gevolg van hypoglycaemie

Zoals alle niet-selectieve β-blokkers mag propranolol (INDERAL) niet gebruikt worden:
- bij hartblok van de tweede of derde graad;
- bij voorgeschiedenis van bronchiaal astma of bronchospasmen. Bronchospasmen kunnen gewoonlijk ongedaan gemaakt worden door bronchodilatatoren van het β2-mimetica type, zoals salbutamol.
Hoge doses van deze bronchodilatator kunnen nodig zijn om de door propranolol geïnduceerde β-blokkade uit te schakelen. De dosis dient getitreerd te worden volgens de klinische respons ; zowel intraveneuze toediening als toediening via inhalatie moeten in beschouwing genomen worden, evenals het intraveneus gebruik van aminofylline en/of het gebruik van ipatropium (via aërosol).
Er werd eveneens gerapporteerd dat glucagon (1 tot 2 mg intraveneus toegediend) een bronchodilaterend effect veroorzaakte bij astmapatiënten.
In ernstige gevallen kan kunstmatige beademing of ventilatie met zuurstof noodzakelijk zijn;
- na langdurig vasten;
- bij metabole acidosis (e.g. bij diabetes);
- sinusale bradycardie (hartfrequentie lager dan 45 slagen per minuut) - sick sinus syndrome;
- propranolol mag omwille van het negatief inotroop effect niet gebruikt worden bij patiënten met een onbehandelde hartinsufficiëntie, doch kan wel worden aangewend van zodra de insufficiëntie onder controle werd gebracht;
- cardiogene shock;
- overgevoeligheid voor propranolol of voor een van de in "Samenstelling" vermelde hulpstoffen;
- ernstig perifeer vaatlijden;
- hypotensie;
- feochromocytoom, dat niet behandeld wordt met een a-blokker;
- Prinzmetal angor.
INDERAL mag niet gebruikt worden bij patiënten die vatbaar zijn voor hypoglycaemie, namelijk patiënten na langdurig vasten of bij patiënten met beperkte regelende reserves.

Volwassenen

  • Startdosis: 40 mg, 2 - 3 x /dag
  • Onderhoudsdosis: 120 - 320 mg /dag (na stapsgewijs verhogen)
  • Een verdere verlaging van de bloeddruk: combinatie met diuretica en/of andere antihypertensiva
  • Startdosis: 20 mg, 4 x /dag
  • Onderhoudsdosis: 40 mg, 4 x /dag (na stapsgewijs verhogen)
  • Verdere verhogingen tot 240 mg /dag, of meer, kunnen nodig zijn
  • 10 - 40 mg, 3 - 4 x /dag
  • Behandeling starten tussen de 5de en de 21ste dag na het infarct
  • Startdosis: 40 mg 3 - 4 x /dag gedurende 2 tot 3 dagen
  • Gebruikelijke dosis: 160 mg (Inderal Retard)
  • Verdere verhogingen tot 180 - 240 mg /dag, te verdelen over verscheidene giften, kunnen nodig zijn
  • Startdosis: 40 mg 2 - 3 x /dag
  • Onderhoudsdosis: 80 - 160 mg /dag (na stapsgewijs verhogen)
  • Steeds in combinatie met een alfa-receptorantagonist
  • Pre-operatief: 60 mg /dag gedurende 3 dagen
  • Maligne inoperabele gevallen: 30 mg daags
  • Startdosis: 40 mg 2 tot 3 x /dag
  • Onderhoudsdosis: 80 - 160 mg /dag (na stapsgewijs verhogen)
  • Gewoonlijk verbetering binnen 4 - 8 weken, indien binnen de 12 weken geen reactie, de behandeling gradueel stopzetten
  • Dosis titreren tot 25 % afname van de hartfrequentie bij rust.
  • Startdosis: 20 mg 2 x /dag
  • Onderhoudsdosis: 40 - 160 mg 2 x /dag (na stapsgewijs verhogen)

Kinderen < 12 jaar

  • Startdosis: 20 mg 2 - 3 x /dag
  • Onderhoudsdosis: 40 - 80 mg /dag

Toedieningswijze

  • Voor de maaltijd innemen
  • Dosisaanpassingen zijn aangewezen bij nierinsufficiëntie, en bij bejaarden
CNK0048942
OrganisatiesAstrazeneca, Pharmanovia Benelux bv
Breedte63 mm
Lengte111 mm
Diepte40 mm
Hoeveelheid verpakking100
Galenische vormZalf
Actieve ingrediëntenpropranolol hydrochloride
BehoudKamertemperatuur (15°C - 25°C)