Het aanmaken van een account heeft vele voordelen:
Winkelwagen
Subtotaal winkelwagen
U heeft geen product(en) in uw winkelwagen.
Terugbetaalbaar
Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.
Terugbetalingstarief
€ 4,55 (6% inclusief btw)
Verhoogde tegemoetkoming
€ 4,55 (6% inclusief btw)
Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.
Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.
4.4. Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik Hypotensie: Net als andere ACE-remmers kan ZOPRANOL een sterke bloeddrukdaling veroorzaken, vooral na de eerste dosis, hoewel symptomatische hypotensie bij ongecompliceerde hypertensiepatiënten zelden voorkomt. De kans daarop is groter bij patiënten met volume- en elektrolytendepletie door behandeling met een diureticum, een zoutbeperkt dieet, dialyse, diarree of braken en bij patiënten met ernstige renine-afhankelijke hypertensie (zie rubriek 4.5 en rubriek 4.8). Symptomatische hypotensie is geconstateerd bij patiënten met hartfalen, al dan niet in combinatie met nierinsufficiëntie. De kans daarop is groter bij patiënten met ernstig hartfalen die ter behandeling daarvan hoge doses lisdiuretica gebruiken en bij patiënten met hyponatriëmie of een verminderde nierfunctie. Bij patiënten met een verhoogd risico op symptomatische hypotensie moet de behandeling onder streng medisch toezicht worden begonnen, bij voorkeur in een ziekenhuis, met lage doses en zorgvuldige dosistitratie.
Zo mogelijk moet in het begin van een behandeling met ZOPRANOL een eventuele behandeling met een diureticum tijdelijk worden gestaakt. Dit geldt ook voor patiënten met angina pectoris of cerebrovasculaire aandoeningen, bij wie een te sterke bloeddrukdaling tot een myocardinfarct of een cerebrovasculair accident zou kunnen leiden. Als zich hypotensie voordoet moet men de patiënt in een liggende houding plaatsen. Het kan nodig zijn het volume aan te vullen door intraveneuze toediening van een fysiologische zoutoplossing. Hypotensie na de eerste dosis sluit echter niet uit dat er na effectieve behandeling kan worden overgegaan tot zorgvuldige dosistitratie van het middel. Bij sommige patiënten met hartfalen en een normale of lage bloeddruk kan er een bijkomende systemische bloeddrukverlaging optreden met ZOPRANOL. Dit effect is voorzien en is op zich meestal geen reden om de behandeling te staken. Indien de hypotensie symptomatisch wordt, kan het nodig zijn de dosis ZOPRANOL te verlagen of de behandeling te staken. Hypotensie bij acuut myocardinfarct: Behandeling met ZOPRANOL mag niet worden gestart bij patiënten met een acuut myocardinfarct, als behandeling met een vaatverwijdend middel de kans op ernstige depressie van de hemodynamiek vergroot. Het gaat hierbij om patiënten met een systolische bloeddruk < 100 mm Hg of met cardiogene shock. Behandeling van acuut myocardinfarct met ZOPRANOL kan tot ernstige hypotensie leiden. In geval van aanhoudende hypotensie (systolische bloeddruk langer dan een uur < 90 mm Hg) moet de toediening van ZOPRANOL worden gestaakt. Patiënten met ernstig hartfalen na een acuut myocardinfarct mogen alleen ZOPRANOL krijgen als zij hemodynamisch stabiel zijn. Patiënten met een myocardinfarct en een verminderde leverfunctie: De werkzaamheid en veiligheid van ZOPRANOL is niet vastgesteld bij patiënten met een myocardinfarct en een verminderde leverfunctie. Daarom mag ZOPRANOL bij deze patiënten niet worden gebruikt. Oudere personen: ZOPRANOL moet voorzichtig worden gebruikt bij patiënten met een myocardinfarct die 75 jaar of ouder zijn. Patiënten met renovasculaire hypertensie: Er is een verhoogde kans op ernstige hypotensie en nierinsufficiëntie wanneer patiënten met renovasculaire hypertensie en reeds bestaande bilaterale nierarteriestenose of eenzijdige arteriestenose als men slechts één nier heeft met een ACE-remmer worden behandeld. Diuretica kunnen dit effect nog versterken. Zelfs bij patiënten met eenzijdige nierarteriestenose kan zich ook bij geringe veranderingen in het serumcreatinine verlies van de nierfunctie voordoen. Wanneer behandeling met ZOPRANOL absoluut noodzakelijk wordt geacht, moet de behandeling worden ingesteld in een ziekenhuis onder streng medisch toezicht, met lage doses en zorgvuldige dosistitratie. Bij het begin van de behandeling met ZOPRANOL moet eventuele behandeling met een diureticum tijdelijk worden gestaakt. Tijdens de eerste paar weken van de behandeling moet de nierfunctie nauwkeurig worden gecontroleerd. Patiënten met nierinsufficiëntie: ZOPRANOL moet voorzichtig worden gebruikt bij patiënten met nierinsufficiëntie, omdat zij een lagere dosis nodig hebben. Het kan nodig worden geacht de nierfunctie tijdens de behandeling nauwkeurig te controleren. Bij behandeling met ACE-remmers is nierfalen beschreven, vooral bij patiënten met ernstige hartfalen of met een onderliggende nierziekte, zoals nierarteriestenose. Bij sommige patiënten zonder duidelijk bestaande nierziekte stijgen de bloedspiegels van ureum en creatinine, vooral bij gelijktijdig gebruik van een diureticum. Het kan dan nodig zijn de dosering van de ACE-remmer te verlagen en/of toediening van het diureticum te staken. Het wordt aanbevolen de nierfunctie tijdens de eerste paar weken van de behandeling nauwkeurig te volgen. De werkzaamheid en veiligheid van ZOPRANOL bij patiënten met een myocardinfarct en nierinsufficientie zijn niet vastgesteld. Derhalve dient ZOPRANOL niet te worden gebruikt in de aanwezigheid van nierinsufficiëntie (serumcreatinine ≥ 2,1 mg/dl en proteïnurie ≥ 500 mg/dag) en myocardinfarct. Dialysepatiënten: Bij patiënten die gedialyseerd worden met high-flux polyacrylaatmembranen (bijvoorbeeld AN 69) en die tevens met ACE-remmers worden behandeld, is er kans op anafylactoïde reacties, zoals zwelling van het aangezicht, flushing, bloeddrukdaling en dyspnoe, binnen enkele minuten na het begin van de dialyse. Daarom wordt aanbevolen een ander membraan of een ander antihypertensivum te gebruiken. De werkzaamheid en veiligheid van ZOPRANOL werd niet onderzocht in geval van myocardinfarct bij patiënten die hemodialyse ondergaan. Daarom dient het niet gebruikt te worden bij deze patiënten. Patiënten op LDL-aferese: Patiënten die met een ACE-remmer worden behandeld en die LDL-aferese met dextransulfaat ondergaan hebben kans op dezelfde anafylactoïde reacties als patiënten die met high-flux membranen gedialyseerd worden (zie boven). Voor deze patiënten wordt aanbevolen een antihypertensivum uit een andere groep te gebruiken. Anafylactische reacties tijdens desensibilisatie of na een insectenbeet: Een enkele maal heeft zich tijdens een desensibilisatiebehandeling (bijvoorbeeld hymenopteragif) of na een insectenbeet bij patiënten die een ACE-remmer gebruikten een levensbedreigende anafylactoïde reactie voorgedaan. Bij diezelfde patiënten werden deze reacties voorkomen door de behandeling met de ACE-remmer tijdelijk te staken, maar de reacties deden zich opnieuw voor na onachtzame nieuwe toediening van het geneesmiddel. Daarom is waakzaamheid geboden bij patiënten die worden behandeld met ACE-remmers en desensibilisatieprocedures ondergaan. Niertransplantatie: Er is geen ervaring met toediening van ZOPRANOL bij patiënten die recent een niertransplantatie hebben ondergaan. Primair aldosteronisme: Patiënten met primair aldosteronisme reageren doorgaans niet op antihypertensiva die hun effect ontlenen aan remming van het renine-angiotensinesysteem. Voor zulke patiënten wordt gebruik van dit product niet aanbevolen. Overgevoeligheid/angio-oedeem: Angio-oedeem van het gezicht, de extremiteiten, lippen, slijmvliezen, tong, glottis en/of larynx kan zich voordoen bij patiënten die met een ACE-remmer worden behandeld; angio-oedeem doet zich het meest voor tijdens de eerste weken van de behandeling. In zeldzame gevallen kan echter ernstig angio�oedeem ontstaan na langdurige behandeling met een ACE-remmer. De ACE-remmerbehandeling moet dan direct worden gestaakt en er moet op een geneesmiddel uit een andere groep worden overgeschakeld. Angio-oedeem van de tong, de glottis of de larynx kan fataal zijn. Er moet onmiddellijk worden behandeld, in ieder geval met een adrenaline-oplossing 1:1000 (0,3 tot 0,5 ml direct subcutaan), of langzaam adrenaline 1 mg/ml (verdund volgens de voorschriften) intraveneus, onder nauwgezette controle van het ECG en de bloeddruk. De patiënt moet worden opgenomen en ten minste 12 - 24 uur worden geobserveerd; de patiënt mag pas worden ontslagen als de klachten volledig verdwenen zijn.
Zelfs wanneer enkel zwelling van de tong optreedt, zonder bijkomende ademhalingsnood, moet de patiënt worden geobserveerd aangezien een behandeling met antihistaminica en corticosteroïden mogelijk niet volstaat. Angiotensine converterend enzym-remmers veroorzaken een hoger percentage angio-oedeem bij zwarte patiënten dan bij niet-zwarte patiënten. Patiënten met een voorgeschiedenis van angio-oedeem die losstaat van de behandeling met een ACE�remmer lopen een verhoogd risico op angio-oedeem tijdens een behandeling met een ACE-remmer (zie rubriek 4.3. Contra-indicaties). Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en sacubitril/valsartan is gecontra-indiceerd vanwege een verhoogd risico op angio-oedeem. Behandeling met sacubitril/valsartan mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis Zopranol worden gestart. Behandeling met Zopranol mag niet eerder dan 36 uur na de laatste dosis sacubitril/valsartan worden gestart (zie rubriek 4.3 en 4.5). Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en racecadotril, mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) of vildagliptine kan een verhoogd risico geven op angio-oedeem (bijv. zwelling van de luchtwegen of de tong, met of zonder ademhalingsproblemen) (zie rubriek 4.5). Voorzichtigheid is geboden bij het starten van een behandeling met racecadotril, mTOR- remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) of vildagliptine bij een patiënt die een ACE�remmer gebruikt. Hoest: Tijdens behandeling met ZOPRANOL kan zich een droge, niet-productieve hoest voordoen die na staken van het gebruik van ZOPRANOL verdwijnt. Een ACE-remmer geïnduceerde hoest moet in aanmerking worden genomen tijdens de differentiaaldiagnose van hoest. Leverinsufficiëntie: In zeldzame gevallen is het gebruik van ACE-remmers in verband gebracht met cholestatische geelzucht die voortschrijdt tot fulminante levernecrose en (soms) overlijden. Het mechanisme van dit syndroom is onopgehelderd. Patiënten die ACE-remmers krijgen en bij wie geelzucht of een sterke verhoging van de leverenzymen optreedt, moeten het gebruik van de ACE-remmer staken en onder passende medische supervisie worden geplaatst. Kaliëmie ACE-remmers kunnen hyperkaliëmie veroorzaken door onderdrukking van de vrijgifte van aldosteron. Bij patiënten met een normale nierfunctie is het effect doorgaans niet significant. Hyperkaliëmie kan echter voorkomen bij patiënten met een verminderde nierfunctie en/of bij patiënten die kaliumsupplementen (waaronder zoutvervangers), kaliumsparende diuretica, trimethoprim of co-trimoxazol (ook bekend als trimethoprim/sulfamethoxazol) of, in het bijzonder, aldosteronantagonisten of angiotensinereceptorblokkers gebruiken. Kaliumsparende diuretica en angiotensinereceptorblokkers dienen met voorzichtigheid toegepast te worden bij patiënten die ACE-remmers gebruiken, waarbij de serumkaliumspiegels en de nierfunctie gemonitord moeten worden (zie rubriek 4.5). Dubbele blokkade van het renine-angiotensine-aldosteronsysteem (RAAS): Er is bewijs dat bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren het risico op hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (inclusief acuut nierfalen) toeneemt. Dubbele blokkade van RAAS door het gecombineerde gebruik van ACE�remmers, angiotensine II-receptorantagonisten of aliskiren wordt daarom niet aanbevolen (zie rubrieken 4.5 en 5.1). Als behandeling met dubbele blokkade absoluut noodzakelijk wordt geacht, mag dit alleen onder supervisie van een specialist plaatsvinden en moeten de nierfunctie, elektrolyten en bloeddruk regelmatig worden gecontroleerd. ACE-remmers en angiotensine II-receptorantagonisten dienen niet gelijktijdig te worden ingenomen door patiënten met diabetische nefropathie.
Chirurgie / Anesthesie: ACE-remmers kunnen hypotensie of zelfs hypotensieve shock veroorzaken bij patiënten die een grote chirurgische ingreep ondergaan of tijdens de anesthesie, aangezien ACE-remmers de vorming van angiotensine II kunnen blokkeren na compensatoire reninesecretie. Als de ACE-remmer niet achterwege kan worden gelaten moet het intravasculaire volume en het plasmavolume zorgvuldig worden gecontroleerd. Aorta- of mitralisstenose / hypertrofische cardiomyopathie: ACE-remmers moeten voorzichtig worden gebruikt bij patiënten met mitralisstenose en obstructie van de uitstroom van het linkerventrikel. Neutropenie / agranulocytose: Bij patiënten die ACE-remmers krijgen zijn neutropenie/agranulocytose, trombocytopenie en anemie gemeld. De kans op neutropenie lijkt dosis- en typegebonden, en is afhankelijk van de klinische toestand van de patiënt. Neutropenie komt zelden voor bij patiënten zonder complicaties, maar kan zich voordoen bij patiënten met een verminderde nierfunctie, vooral in combinatie met collageenziekte van de bloedvaten, zoals systemische lupus erythematosus of scleroderma, en bij behandeling met immunosuppressiva, met allopurinol of procaïnamide, of een combinatie van deze complicerende factoren. Een aantal van deze patiënten ontwikkelden ernstige infecties die in een aantal gevallen niet reageerden op een intensieve behandeling met antibiotica. Indien zofenopril bij dergelijke patiënten wordt gebruikt, worden telling van de witte bloedcellen en differentieel tellingen aanbevolen vóór de behandeling, om de 2 weken tijdens de eerste 3 maanden van de behandeling met zofenopril en vervolgens op geregelde tijdstippen. Tijdens de behandeling moeten de patiënten de instructie meekrijgen om elk teken van infectie (zoals keelpijn, koorts, …) te rapporteren op het ogenblik dat er een differentiële telling van de witte bloedcellen wordt uitgevoerd. Zofenopril en andere concomitterende medicatie (zie rubriek 4.5) moeten worden gestaakt indien er neutropenie (neutrofielen lager dan 1000/mm³) wordt geconstateerd of vermoed. De neutropenie is reversibel na staken van de ACE-remmer. Psoriasis: Bij patiënten met psoriasis moet voorzichtigheid worden betracht bij gebruik van ACE-remmers. Proteïnurie: Proteïnurie kan zich vooral voordoen bij patiënten met een reeds bestaande verminderde nierfunctie, of bij patiënten die met relatief hoge doses ACE-remmer worden behandeld. Bij patiënten met een reeds bestaande nierziekte moet de urineproteïne worden bepaald (dip-stick in de eerste ochtendurine) vóór de behandeling en vervolgens op geregelde tijdstippen Diabetespatiënten: Bij diabetespatiënten die eerder werden behandeld met orale antidiabetesmiddelen of insuline moeten de glycemiespiegels nauwlettend worden gecontroleerd tijdens de eerste maand van de behandeling met een ACE-remmer (zie rubriek 4.5). Lithium: De combinatie van Lithium en ZOPRANOL wordt over het algemeen niet aanbevolen (zie rubriek 4.5). Etnische verschillen: Net als bij andere angiotensine converterende enzym-remmers, bestaat de mogelijkheid dat zofenopril minder effectief is bij het verlagen van de bloeddruk bij een zwarte populatie dan bij een niet-zwarte populatie.
Angiotensine converterende enzym-remmers veroorzaken een hoger percentage angio-oedeem bij zwarte patiënten dan bij niet-zwarte patiënten. Zwangerschap: Een behandeling met ACE-remmers mag niet worden opgestart tijdens de zwangerschap. Tenzij een voortgezette behandeling met een ACE-remmer essentieel wordt geacht, moeten patiënten die een zwangerschap plannen overstappen op een alternatieve anti-hypertensiebehandeling met een aangetoond veiligheidsprofiel voor gebruik tijdens de zwangerschap. Wanneer een zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met ACE-remmers onmiddellijk worden gestaakt en moet er, indien aangewezen, een alternatieve therapie worden opgestart (zie rubrieken 4.3 en 4.6). Overige informatie: Dit geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen zoals galactose�intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactose malabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.
Zopranol wordt gebruikt om de volgende verschijnselen te behandelen:
hoge bloeddruk (hypertensie),
hartaanval (acuut myocardinfarct) bij personen die al dan niet tekenen en symptomen van
hartfalen vertonen, en die geen behandeling kregen om bloedklonters te helpen oplossen
trombolytische behandeling).
De werkzame stof in dit middel is zofenopril calcium 30 mg 7,5 mg 15 mg.
De andere stoffen in dit middel zijn microkristallijne cellulose, lactosemonohydraat, natriumcroscarmellose, magnesiumstearaat, watervrij colloïdaal siliciumdioxide, hypromellose, titaniumdioxide (E171), macrogol 400, en macrogol 6000 (zie Rubriek 2: "Zopranol bevat lactose").
4.5. Interacties met andere geneesmiddelen en andere vormen van interactie Geneesmiddelen die het risico op angio-oedeem verhogen Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en sacubitril/valsartan is gecontra-indiceerd vanwege het verhoogde risico op angio-oedeem (zie rubriek 4.3 en 4.4). Gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en racecadotril, mTOR-remmers (bijv. sirolimus, everolimus, temsirolimus) of vildagliptine kan een verhoogd risico geven op angio-oedeem (zie rubriek 4.4). Niet aanbevolen gelijktijdig gebruik Kaliumsparende diuretica, kaliumsupplementen of kaliumbevattende zoutvervangers. Hoewel het serumkalium gewoonlijk binnen de normaalwaarden blijft, kan hyperkaliëmie optreden bij sommige patiënten die met zofenopril worden behandeld. Kaliumsparende diuretica (bijv. spironolacton, triamtereen of amiloride), kaliumsupplementen of kaliumbevattende zoutvervangers kunnen een significante verhoging van het serumkalium veroorzaken. Voorzichtigheid is geboden bij gelijktijdige toediening van zofenopril met andere middelen die het serumkalium verhogen, zoals trimethoprim en co-trimoxazol (trimethoprim/sulfamethoxazol), omdat bekend is dat trimethoprim een kaliumsparende diureticum is zoals amiloride. Daarom wordt een combinatie van zofenopril en bovengenoemde geneesmiddelen niet aanbevolen. Als gelijktijdig gebruik geïndiceerd is, moeten deze middelen met voorzichtigheid gebruikt worden, met regelmatige controle van de serumkaliumspiegel. ACE-remmers, angiotensine II-receptorantagonisten en aliskiren: De gegevens uit klinische studies laten zien dat dubbele blokkade van het renine-angiotensine�aldosteronsysteem (RAAS) bij het gecombineerde gebruik van ACE-remmers, angiotensine II�receptorantagonisten en aliskiren, in verband wordt gebracht met een hogere frequentie van bijwerkingen zoals hypotensie, hyperkaliëmie en een verminderde nierfunctie (inclusief acuut nierfalen) in vergelijking met het gebruik van een enkel geneesmiddel dat op het RAAS werkt (zie rubrieken 4.3, 4.4 en 5.1). Gelijktijdig gebruik met voorzorgsmaatregelen Diuretica (thiazide of lisdiuretica).
Bij patiënten die eerder werden behandeld met een hoge dosis diuretica kunnen volumedepletie en een risico op hypotensie optreden bij de opstart van de behandeling met zofenopril (zie rubriek 4.4). De gevolgen van deze hypotensie kunnen worden verminderd door de behandeling met het diureticum stop te zetten, door het volume of de zoutinname te verhogen of door de behandeling op te starten aan een lage dosis zofenopril. Lithium. Bij het gelijktijdig gebruik van lithium met een ACE-remmer werden reversibele verhogingen van de serumspiegels van lithium en lithiumtoxiciteit gerapporteerd. Gelijktijdig gebruik van thiazidediuretica kan het risico op lithiumtoxiciteit verhogen en het reeds gestegen risico op lithiumtoxiciteit met ACE�remmers verder verhogen. Daarom wordt ZOPRANOL niet aanbevolen in combinatie met lithium. Indien gelijktijdig gebruik toch noodzakelijk is, moeten de serumspiegels van lithium nauwlettend worden gecontroleerd. Goud. Nitritoïde reacties (met symptomen van vaatverwijding inclusief flushing, misselijkheid, duizeligheid en hypotensie, die zeer ernstig kunnen zijn) als gevolg van behandeling met injecteerbaar goud (zoals bijvoorbeeld natriumaurothiomalaat) werden vaker gerapporteerd bij patiënten die behandeld worden met een ACE-remmer. Geneesmiddelen met een anesthetische werking. ACE-remmers kunnen het bloeddrukverlagend effect van sommige middelen met een anesthetische werking versterken. Narcotica/tricyclische antidepressiva/antipsychotica/barbituraten. Er kan zich orthostatische hypotensie voordoen. Andere antihypertensieve stoffen (bijvoorbeeld -blokkers, -blokkers, calciumantagonisten) kunnen een bijkomend hypotensief effect hebben of dit effect versterken. Een behandeling met nitroglycerine en andere nitraten, of andere vasodilatoren, moet met de nodige voorzichtigheid worden ingesteld. Cimetidine. Kan de kans op een bloeddrukverlagend effect versterken. Ciclosporine. Hyperkaliëmie kan voorkomen tijdens gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en ciclosporine. Controle van de serumkaliumspiegel wordt aanbevolen. Heparine Hyperkaliëmie kan voorkomen tijdens gelijktijdig gebruik van ACE-remmers en heparine. Controle van de serumkaliumspiegel wordt aanbevolen. Allopurinol, cytostatische of immunosuppressieve stoffen, systemische corticosteroïden of procaïnamide. Verhoogde kans op overgevoeligheidsreacties bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers. Gelijktijdige toediening van ACE-remmers kan de kans op leukopenie verhogen. Antidiabetica. In zeldzame gevallen kunnen ACE-remmers het hypoglykemische effect van insuline en orale antidiabetica zoals sulfonylurea bij diabetici versterken. In dergelijke gevallen kan het nodig zijn om de dosis van het antidiabeticum te verlagen tijdens de gelijktijdige behandeling met ACE-remmers.
Hemodialyse met high-flux dialysemembranen. Verhoogde kans op anafylactoïde reacties bij gelijktijdig gebruik van ACE-remmers. Om rekening mee te houden bij gelijktijdig gebruik Niet-steroïdale anti-inflammatoire middelen (NSAID's, inclusief acetylsalicylzuur 3g/dag). Niet�steroïdale anti-inflammatoire middelen kunnen het bloeddrukverlagend effect van ACE-remmers verminderen. Bovendien is beschreven dat NSAID's en ACE-remmers een additief effect hebben op de stijging van het serumkaliumgehalte, terwijl de nierfunctie kan verminderen. Deze effecten zijn in principe omkeerbaar en doen zich vooral voor bij patiënten die al een verminderde nierfunctie hebben. In zeldzame gevallen kan er acuut nierfalen optreden, in het bijzonder bij patiënten met een reeds verminderde nierfunctie, zoals oudere of gedehydrateerde patiënten. Antacida. Verminderen de biologische beschikbaarheid van ACE-remmers. Sympathicomimetica. Kunnen de antihypertensieve werking van ACE-remmers verminderen. Patiënten moeten nauwgezet worden gecontroleerd om er zeker van te zijn dat het gewenste effect wordt bereikt. Voedsel. Kan de absorptiesnelheid, maar niet de mate waarin zofenopril calcium wordt geabsorbeerd, verminderen. Bijkomende informatie Er zijn geen klinische gegevens beschikbaar over de interactie van zofenopril met andere geneesmiddelen die door CYP-enzymen worden gemetaboliseerd. Tijdens stofwisselingsstudies in vitro met zofenopril zijn echter geen aanwijzingen gevonden voor mogelijke interacties met geneesmiddelen die door CYP-enzymen worden gemetaboliseerd.
Zoals elk geneesmiddel kan ook dit geneesmiddel bijwerkingen hebben. Niet iedereen krijgt daarmee te maken.
De meeste bijwerkingen die geassocieerd worden met ACE-remmers zijn omkeerbaar en verdwijnen nadat de behandeling is stopgezet.
Vaak voorkomende bijwerkingen (kan voorkomen bij 1 op 10 personen):
vermoeidheid misselijkheid en/of braken duizeligheid hoofdpijn hoest.
Soms voorkomende bijwerkingen (kan voorkomen bij 1 op 100 personen):
algemene zwakte spierkrampen huiduitslag.
Bijwerkingen die zelden voorkomen (kan voorkomen bij 1 op 1000 personen)
snelle zwelling en jeuk, vooral in het gezicht, de mond en de keel, met mogelijk ademhalingsmoeilijkheden. flauwvallen (syncope) krachtige hartslag die snel of onregelmatig kan zijn (hartkloppingen) lage bloeddruk netelroos (urticaria) jeuk verhoogde kaliumwaarden in het bloed
Naast de bijwerkingen gerapporteerd met Zopranol werden volgende bijwerkingen over het algemeen gerapporteerd met ACE-remmers:
Ernstige lage bloeddruk bij het begin van de behandeling of wanneer de dosis verhoogd wordt, met duizeligheid, slecht zicht Verhoogde of onregelmatige hartslag en pijn in de borst (hartaanval of angina pectoris) Verminderd bewustzijn, plotselinge duizeligheid, plotseling verstoord zicht of zwakte en/of verlies van gevoel aan één kant van het lichaam (voorbijgaande ischemische aanval of beroerte) Perifeer oedeem (accumulatie van water in de ledematen), pijn in de borst, spierpijn en/of –krampen Verminderde nierfunctie, gewijzigde hoeveelheid dagelijkse urine, aanwezigheid van eiwit in de urine (proteïnurie), impotentie Buikpijn, diarree, constipatie, droge mond Allergische reacties zoals huiduitslag, afschilfering, roodheid, loskomen van de huid en blaren op de huid (toxische epidermale necrolyse), verergering van psoriasis (een huidziekte gekenmerkt door roze huidschilfers), haaruitval (alopecie) Verhoogd zweten en blozen Stemmingswisselingen, depressie, slaapstoornissen, gewijzigde huidsensaties zoals brandend, prikkend of tintelend gevoel (paresthesie), evenwichtsstoornissen, verwardheid, oorsuizen (tinnitus), smaakstoornissen, wazig zicht Ademhalingsmoeilijkheden, vernauwing van de luchtwegen in de longen (bronchospasmen), sinusitis, lopende of verstopte neus (rhinitis), ontsteking van de tong (glossitis), bronchitis
Wanneer mag u dit middel niet gebruiken?
• U bent allergisch voor zofenopril calcium of één van de andere stoffen in dit geneesmiddel. Deze stoffen kunt u vinden in rubriek 6 van deze bijsluiter.
• als u eerder allergisch reageerde op een andere ACE-remmer zoals captopril of enalapril
• als u een historiek heeft van ernstige zwelling of jeuk in het gezicht, de neus en de keel (angioneurotisch oedeem) die in verband werd gebracht met een eerdere behandeling met een ACE-remmer, of indien u aan erfelijk/idiopatisch angioneurotisch oedeem lijdt (snelle zwelling van de huid, de weefsels, het spijsverteringskanaal en andere organen)
• als u sacubitril/valsartan, een geneesmiddel dat wordt gebruikt voor de behandeling van een type langdurig (chronisch) hartfalen bij volwassenen, gebruikt of heeft gebruikt, omdat het risico op angio-oedeem (een snelle onderhuidse zwelling, op een plek zoals de keel) dan verhoogd is.
• als u aan ernstige leverproblemen lijdt
• als u lijdt aan vernauwing van de slagaders naar de nieren
• als u meer dan 3 maanden zwanger bent (het is ook beter Zopranol te vermijden tijdens de vroege zwangerschap – zie rubriek over zwangerschap)
• als u een vrouw in de vruchtbare leeftijd bent, tenzij u een afdoend contraceptiemiddel gebruikt
• als u diabetes of een nierfunctiestoornis heeft en u wordt behandeld met een bloeddrukverlagend geneesmiddel dat aliskiren bevat
Zwangerschap Een behandeling met ACE-remmers mag niet worden opgestart tijdens de zwangerschap. Tenzij een voortgezette behandeling met een ACE-remmer essentieel wordt geacht, moeten patiënten die een zwangerschap plannen overstappen op een alternatieve anti-hypertensiebehandeling met een aangetoond veiligheidsprofiel voor gebruik tijdens de zwangerschap. Wanneer een zwangerschap wordt vastgesteld, moet de behandeling met ACE-remmers onmiddellijk worden gestaakt en moet er, indien aangewezen, een alternatieve therapie worden opgestart (zie rubrieken 4.3 en 4.6).
Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding 4.6. Vruchtbaarheid, zwangerschap en borstvoeding Zwangerschap Het gebruik van ACE-remmers wordt niet aanbevolen tijdens het eerste trimester van de zwangerschap (zie rubriek 4.4). Het gebruik van ACE-remmers is gecontra-indiceerd tijdens het tweede en derde trimester van de zwangerschap (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Er kunnen geen duidelijke conclusies getrokken worden uit resultaten van epidemiologisch onderzoek naar de kans op teratogene effecten als gevolg van blootstelling aan ACE-remmers tijdens het eerste trimester van de zwangerschap. Een kleine verhoging van risico kan echter niet worden uitgesloten. Patiënten die een zwangerschap plannen, moeten overstappen op een andere anti-hypertensieve therapie waarvan de veiligheid voor gebruik tijdens de zwangerschap is vastgesteld, tenzij het voortzetten van de behandeling met de ACE-remmer noodzakelijk wordt geacht. Als zwangerschap wordt vastgesteld, dient de behandeling met ACE-remmers onmiddellijk gestaakt te worden en moet, indien nodig, begonnen worden met een alternatieve therapie. Het is bekend dat blootstelling aan ACE-remmers gedurende het tweede en derde trimester foetale toxiciteit (verslechterde nierfunctie, oligohydramnion, achterstand in schedelverharding) en neonatale toxiciteit (nierfalen, hypotensie, hyperkaliëmie) kan induceren (zie rubriek 5.3). Als blootstelling aan ACE-remmers vanaf het tweede trimester van de zwangerschap heeft plaatsgevonden, wordt een echografie van de nierfunctie en de schedel aanbevolen. Pasgeborenen van wie de moeder een ACE-remmer heeft gebruikt dienen nauwlettend gecontroleerd te worden op hypotensie (zie rubrieken 4.3 en 4.4). Borstvoeding Bij gebrek aan informatie over het gebruik van ZOPRANOL tijdens de borstvoeding, wordt ZOPRANOL niet aanbevolen. Alternatieve behandelingen waarvan de veiligheid voor gebruik tijdens de borstvoeding beter is vastgesteld verdienen de voorkeur, zeker in het geval van pasgeboren of premature zuigelingen.
Neem dit geneesmiddel altijd in precies zoals uw arts u dat heeft verteld. Twijfelt u over het juiste gebruik? Neem dan contact op met uw arts.
Zopranol kan worden ingenomen met voedsel of op een lege maag. De tablet wordt best ingenomen met water.
Voor de dosering van 15 mg en 30 mg: de tabletten kunnen in gelijke dosissen verdeeld worden.
Behandeling van hoge bloeddruk (hypertensie)
De normale startdosis Zopranol bedraagt 15 mg, éénmaal daags. Uw arts zal de dosering stapsgewijze aanpassen (meestal met intervallen van 4 weken) om de beste dosis voor u te bepalen. Het antihypertensieve effect op lange termijn wordt meestal verkregen met 30 mg Zopranol, éénmaal daags. De maximum dosis bedraagt 60 mg eenmaal daags.
Indien u gedehydrateerd bent, aan zoutdeficiëntie lijdt of diuretica neemt (waterafdrijvende pillen), kan het nodig zijn om uw behandeling te starten aan een dosis van 7,5 mg Zopranol.
Lever- of nierproblemen
Indien u een licht tot matig verminderde leverfunctie of een matig tot ernstig verminderde nierfunctie heeft, zal uw arts uw behandeling opstarten aan de helft van de therapeutische dosis Zopranol (15 mg). Indien u in dialyse bent, wordt de behandeling opgestart aan één vierde van de gebruikelijke therapeutische dosis (7,5 mg).
Hartaanval (acuut myocardinfarct)
De behandeling met Zopranol moet worden opgestart maximum 24 uur na het verschijnen van de symptomen.
U krijgt 2x per dag Zopranol tabletten, 's ochtends en 's avonds, volgens onderstaand schema:
7,5 mg tweemaal daags, op de eerste en de tweede dag van de behandeling
15 mg tweemaal daags, op de derde en de vierde dag van de behandeling
Vanaf de vijfde dag, moet de dosis worden opgetrokken tot 30 mg, tweemaal daags
Uw arts kan uw dosis of de maximum dosis die u krijgt aanpassen al naargelang van uw bloeddrukwaarden
De behandeling wordt vervolgens zes weken of langer voortgezet, indien de symptomen van hartfalen aanhouden.
| CNK | 4186235 |
|---|---|
| Organisaties | Menarini |
| Breedte | 66 mm |
| Lengte | 130 mm |
| Diepte | 20 mm |
| Actieve ingrediënten | zofenopril calcium |
| Behoud | Kamertemperatuur (15°C - 25°C) |